aanbevelen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : Navigation, rechercher

Sommaire

[modifier] Néerlandais

Origine et histoire de « aanbevelen » Étymologie

Dérivé par préfixation de bevelen.

Verbe

Présent Prétérit
ik beveel aan beval aan
jij beveelt aan
hij, zij, het beveelt aan
wij bevelen aan bevalen aan
jullie bevelen aan
zij bevelen aan
u beveelt aan beval aan
Auxiliaire Participe passé
hebben aanbevolen

aanbevelen

  1. Recommander.
    • wij houden ons voor uw verdere orders aanbevolen : nous nous recommandons à vos ordres ultérieurs.
    • ik houd mij aanbevolen voor : je suis toujours preneur (de).
  2. (Commerce) Préconiser.
    • Citroën beveelt Total aan : Citroën préconise Total.

Synonymes

Prononciation Prononciation

Prononciation manquante. (Ajouter)

  • Pays-Bas  :  écouter « aanbevelen  »
    Nl-aanbevelen.ogg
Outils personnels
Espaces de noms

Variantes
Actions
Navigation
Contribuer
Aide
Boîte à outils
Autres langues