bewijzen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : Navigation, rechercher

Néerlandais [modifier]

Origine et histoire de « bewijzen » Étymologie

Préfixation par be- du verbe wijzen.

Verbe

Présent Prétérit
ik bewijs bewees
jij bewijst
hij, zij, het bewijst
wij bewijzen bewezen
jullie bewijzen
zij bewijzen
u bewijst bewees
Auxiliaire Participe passé
hebben bewezen

bewijzen /bə.ʋɛj.zən/ ou /bə.ʋeːs/

  1. Prouver.