eenheid
Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Sommaire |
[modifier] Afrikaans
Étymologie
- Étymologie manquante ou incomplète. Si vous la connaissez, vous pouvez l’ajouter en cliquant ici.
Nom commun
eenheid
[modifier] Néerlandais
Étymologie
- Composé de een avec le suffixe -heid.
Nom commun
| Pluriel |
|---|
| eenheden |
eenheid féminin
- unité, union
- de eenheid van lichaam en geest
- l’unité de l’âme et du corps
- de eenheid van lichaam en geest
- unité, uniformité
- de eenheid van modellen in een woordenboek
- l’uniformité des modèles dans un dictionnaire
- de eenheid van modellen in een woordenboek
- (Mesure) unité
- er zijn telefoonkaarten van 50 en van 120 eenheden
- il existe des télécartes à 50 et à 120 unités.
- er zijn telefoonkaarten van 50 en van 120 eenheden
- entité, groupement
- de mobiele eenheid, M.E.
- les compagnies républicaines de sécurité, C.R.S.
- de mobiele eenheid, M.E.
Synonymes
union
uniformité
entité