geheel
Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Sommaire |
Néerlandais[modifier]
Étymologie
- Probablement apparenté au grec ancien ὅλος, hólos (« entier »), à l’anglais whole, à l’allemand heil (entier).
Nom commun
- tout, ensemble, totalité
- een geheel vormen
- former un tout
- in het geheel niet
- pas / point du tout, aucunement, nullement
- een geheel vormen
Synonymes
Adjectif
geheel
- entier, tout, total, complet
- de gehele stad
- toute la ville
- een gehele week
- toute une semaine
- gehele gewesten kwamen in opstand
- des régions entières s’insurgeaient
- de gehele stad
Adverbe
geheel
- entièrement, tout à fait, totalement, complètement
- ik voel mij een geheel ander mens
- je me sens tout autre
- een plan geheel opgeven
- renoncer définitivement à un projet
- geheel anders
- complètement différent, tout autre
- geheel of gedeeltelijk
- en tout ou en partie
- niet geheel
- pas tout à fait
- geheel niet
- pas du tout
- hij was geheel in het zwart
- il était tout en noir
- geheel en al
- complètement, tout à fait, pleinement
- in zijn geheel (volledig)
- en entier
- ik voel mij een geheel ander mens