Aller au contenu

aanbidding

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Étymologie manquante ou incomplète. Si vous la connaissez, vous pouvez l’ajouter en cliquant ici.

aanbidding \Prononciation ?\

  1. Adoration.
Dérivé de aanbidden, avec le suffixe -ing.
Nombre Singulier Pluriel
Nom aanbidding aanbiddingen
Diminutif aanbiddinkje aanbiddinkjes

aanbidding \aːnˈbɪ.dɪŋ\ féminin

  1. Adoration.
    • aarheid werd. Fabels gelijk feiten. Koeien waren geiten. Hoeren echte nonnen. Ik lachte als ik huilde. Stompte een liefkozing. Veinsde mijn aanbidding. Beproefde en verruilde 'Wel' was niet, of nooit 'Nee' was hou je groot. Vriendschap was je dood. Liefde werd gekooid. De doodsteek kwam van buiten. Niemand had het door. Hij volgde blind haar spoor. Vergruisde alle ruiten. Ik scheur de bladzijde uit het schrift en knijp hem tot een prop. — (Ronald Giphart e.a., Een familie en een Griekse god, The House of Books, 2023)
      La traduction en français de l’exemple manque. (Ajouter)

Taux de reconnaissance

[modifier le wikicode]
En 2013, ce mot était reconnu par[1] :
  • 93,8 % des Flamands,
  • 93,1 % des Néerlandais.

Prononciation

[modifier le wikicode]

Références

[modifier le wikicode]
  1. ↑ Marc Brysbaert, Emmanuel Keuleers, Paweł Mandera et Michael Stevens, Woordenkennis van Nederlanders en Vlamingen anno 2013: Resultaten van het Groot Nationaal Onderzoek Taal [≈ Reconnaissance du vocabulaire des Néerlandais et des Flamands 2013 : résultats de la grande enquête nationale sur les langues], Université de Gand, 15 décembre 2013, 1266 pages. → [archive du fichier pdf en ligne]