bijstaan

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier]

Étymologie[modifier]

Dérivé par préfixation de staan.

Verbe[modifier]

bijstaan \Prononciation ?\ transitif

Présent Prétérit
ik sta bij stond bij
jij staat bij
hij, zij, het staat bij
wij staan bij stonden bij
jullie staan bij
zij staan bij
u staat bij stond bij
Auxiliaire Participe passé
hebben bijgestaan
  1. assister, secourir, aider, épauler

Synonymes[modifier]

Prononciation[modifier]

Prononciation manquante. (Ajouter)