doorhalen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier]

Étymologie[modifier]

Composé de “door” et “halen”.

Verbe [modifier]

doorhalen transitif

Présent Prétérit
ik haal door haalde door
jij haalt door
hij, zij, het haalt door
wij halen door haalden door
jullie halen door
zij halen door
u haalt door haalde door
Auxiliaire Participe passé
hebben doorgehaald
  1. Barrer, biffer, rayer, supprimer.

Synonymes[modifier]

Prononciation[modifier]

Prononciation manquante. (Ajouter)