doorvoeren

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier]

Étymologie[modifier]

Composé de door et voeren.

Verbe [modifier]

doorvoeren transitif

Présent Prétérit
ik voer door voerde door
jij voert door
hij, zij, het voert door
wij voeren door voerden door
jullie voeren door
zij voeren door
u voert door voerde door
Auxiliaire Participe passé
hebben doorgevoerd
  1. Réaliser.
  2. Appliquer, pratiquer.
  3. Conduire à travers.
  4. (Commerce) Transiter.

Synonymes[modifier]

Dérivés[modifier]

Vocabulaire apparenté par le sens[modifier]

conduire à travers

transiter

Prononciation[modifier]

Prononciation manquante. (Ajouter)