eerlijkheid

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier | modifier le wikitexte]

Étymologie[modifier | modifier le wikitexte]

→ voir eerlijk et -heid

Nom commun[modifier | modifier le wikitexte]

eerlijkheid

  1. Intégrité, honnêteté.
    • "Ik, Fabian Zè, historicus en docent aan de academie van Trozen op het rijke Tarmaddon, werd onrechtvaardig naar de planeet Fluori verbannen, omwille van mijn eerlijkheid als geschiedschrijver." (Gust van Brussel, De Atlantica Kroniek, 2003, ISBN 9053252371)