overkomen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier le wikicode]

Étymologie[modifier le wikicode]

Dérivé par préfixation de komen.

Verbe 1 [modifier le wikicode]

Présent Prétérit
ik overkom overkwam
jij overkomt
hij, zij, het overkomt
wij overkomen overkwamen
jullie overkomen
zij overkomen
u overkomt overkwam
Auxiliaire Participe passé
zijn overkomen

overkómen \Prononciation ?\ intransitif

  1. Arriver.
    • je raadt nooit wat is mij overkomen
      tu ne devineras jamais ce qui m’est arrivé
    • dat zal mij nooit weer overkomen
      cela ne m’arrivera plus, on ne m’y prendra plus

Synonymes[modifier le wikicode]

Verbe 2[modifier le wikicode]

Présent Prétérit
ik kom over kwam over
jij komt over
hij, zij, het komt over
wij komen over kwamen over
jullie komen over
zij komen over
u komt over kwam over
Auxiliaire Participe passé
zijn overgekomen

óverkomen \Prononciation ?\ intransitif

  1. Passer par-dessus.
    • een zweefvliegtuig komt over
      un planeur nous survole
  2. Être bien reçu, passer la rampe.
    • overkomen als intelligent
      paraître intelligent
    • zijn grappen kwamen niet goed over
      ses plaisanteries ne passaient pas
  3. Venir (d’ailleurs).
    • hij is uit Duitsland overgekomen
      il est venu d’Allemagne

Synonymes[modifier le wikicode]

passer par-dessus
être bien reçu
venir

Prononciation[modifier le wikicode]

verbe 1 :
verbe 2 :