geboren
Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Sommaire |
Néerlandais [modifier]
Étymologie
- Participe passé de baren.
geboren /Prononciation ?/
Adjectif
- né
- de uit het huwelijk geboren kinderen
- les enfants issus du mariage
- hij is een geboren Fransman
- il est Français de souche
- hij is geboren en getogen in Brussel
- il est né et grandi à Bruxelles
- de uit het huwelijk geboren kinderen
Prononciation
- : écouter « geboren »