antwoorden

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : Navigation, rechercher

Sommaire

[modifier] Néerlandais

Origine et histoire de « antwoorden » Étymologie

A rapprocher de l'allemand antworten, de même sens.

Verbe

Présent Prétérit
ik antwoord antwoordde
jij antwoordt
hij, zij, het antwoordt
wij antwoorden antwoordden
jullie antwoorden
zij antwoorden
u antwoordt antwoordde
Auxiliaire Participe passé
hebben geantwoord

antwoorden intransitif & transitif

  1. Répondre.
    • gevat, ad rem antwoorden : riposter, répliquer, rétorquer, repartir.
    • u heeft gelijk, antwoordde hij vous avez raison, répondit-il.
    • hij wist niet wat hij moest antwoorden : il ne savait que répondre.


Synonymes

Prononciation Prononciation

Outils personnels
Espaces de noms

Variantes
Actions
Navigation
Contribuer
Aide
Boîte à outils
Autres langues