werpen

Article et définitions du Wiktionnaire, le dictionnaire libre.

Sommaire

Néerlandais

Étymologie

Prononciation

Présent Prétérit
ik werp wierp
jij werpt
hij zij het werpt
wij werpen wierpen
jullie werpen
zij werpen
u werpt wierp
passé composé heeft geworpen

Verbe

werpen /w94p@:/

  1. jeter

Traductions