Aller au contenu

boomgaard

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Étymologie manquante ou incomplète. Si vous la connaissez, vous pouvez l’ajouter en cliquant ici.
Composé de boom arbre ») et de gaard jardin »).
Nombre Singulier Pluriel
Nom boomgaard boomgaarden
Diminutif boomgaardje boomgaardjes
Een boomgaard die koeien herbergt in Bemmel (Nederlands).

boomgaard \Prononciation ?\ masculin

  1. (Agriculture) Verger.
    • Lang, heel lang liep hij. Toen kwam hij langs een boomgaard, de bomen stonden vol vruchten, in ’t voorbijgaan plukte hij er enige en wilde ze opeten, maar ze smaakten zó bitter dat hij ze weer uitspuwde, ze waren niet te eten.  (Antoon Coolen, « Het veronachtzaamd geluk » dans Kuifje weekblad, 6e année, numéro 48, le 29 novembre 1951  lire en ligne)
      La traduction en français de l’exemple manque. (Ajouter)
    • De nieuwe boomgaard bestaat uit elf bloesembomen en bomen met kleine vruchten: drie appelbomen, twee sierkersen en zes sierperenbomen.  (Andy Furniere, « Nieuwe boomgaard in het Goede Herderpark in Evere: 'Fruit vooral bedoeld voor vogels' » sur bruzz.be, le 6 mars 2026  lire en ligne)
      La traduction en français de l’exemple manque. (Ajouter)

Prononciation

[modifier le wikicode]

Prononciation manquante. (Ajouter)