terugkomen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : navigation, rechercher

Néerlandais[modifier]

Étymologie[modifier]

Dérivé par préfixation de komen.

Verbe [modifier]

Présent Prétérit
ik kom terug kwam terug
jij komt terug
hij, zij, het komt terug
wij komen terug kwamen terug
jullie komen terug
zij komen terug
u komt terug kwam terug
Auxiliaire Participe passé
zijn teruggekomen

terugkomen \Prononciation ?\ intransitif

  1. Revenir, rappliquer.
    • het bewustzijn komt terug
      la conscience lui revient
    • op zijn verklaring terugkomen
      revenir sur sa déclaration
    • terugkomen op een onderwerp
      revenir à un sujet
    • daar kom ik nog op terug
      je reviendrai là-dessus
    • terugkomen van kantoor
      rentrer du bureau
    • terugkomen van een besluit (l’annuler)
      revenir sur une décision
    • terugkomen op een besluit (y revenir)
      revenir sur une décision

Synonymes[modifier]

Prononciation[modifier]