bijkomen

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Sauter à la navigation Sauter à la recherche

Néerlandais[modifier le wikicode]

Étymologie[modifier le wikicode]

Composé de l´adverbe “bij” et du verbe “komen”.

Verbe [modifier le wikicode]

Présent Prétérit
ik kom bij kwam bij
jij komt bij
hij, zij, het komt bij
wij komen bij kwamen bij
jullie komen bij
zij komen bij
u komt bij kwam bij
Auxiliaire Participe présent Participe passé
zijn komen bijd bijgekomen

bijkomen \Prononciation ?\

  1. Reprendre ses esprits, revenir à soi.
  2. Reprendre haleine.
  3. Reprendre des forces.

Synonymes[modifier le wikicode]