aangeven

Définition, traduction, prononciation, anagramme et synonyme sur le dictionnaire libre Wiktionnaire.
Aller à : Navigation, rechercher

Sommaire

[modifier] Néerlandais

Origine et histoire de « aangeven » Étymologie

Composé de la préposition aan (à) et du verbe geven (donner).

Verbe

Présent Prétérit
ik geef aan gaf aan
jij geeft aan
hij, zij, het geeft aan
wij geven aan gaven aan
jullie geven aan
zij geven aan
u geeft aan gaf aan
Auxiliaire Participe passé
hebben aangegeven

aangeven

  1. passer, remettre à, donner
    • kun je me het zout aangeven, alsjeblieft
      tu peux me passer le sel, s’il te plaît
  2. déclarer
    • zijn inkomen aangeven
      déclarer ses revenus
    • zijn bagage aangeven
      faire enregistrer ses bagages
    • een geboorte aangeven bij het gemeentehuis
      déclarer une naissance à la mairie
    • goederen aangeven bij de douane #*
déclarer des marchandises à la douane
    • een misdaad aangeven
      dénoncer, rapporter un crime
  1. indiquer, signaler, nommer
    • de hoofdlijnen van een plan aangeven
      tracer les grandes lignes d’un plan
    • zich aangeven <bij de politie>
      se livrer, se dénoncer

Synonymes

Prononciation Prononciation

Prononciation manquante. (Ajouter)

  • Pays-Bas  :  écouter « aangeven  »
    Nl-aangeven.ogg
Outils personnels
Espaces de noms

Variantes
Actions
Navigation
Contribuer
Aide
Boîte à outils
Autres langues